landschap – Chinese traditie – oefening – gewassen inkt

Illiteracy is bad, but blindness to beauty is worse.

Wu Guanzhong

Kao K’o Kung, nevel in beboste bergen, 1250-1300

In tegenstelling tot veel religieuze westerse kunt, was de religieuze Chinese kunst niet bedoeld om een bepaalde leer te verkondigen, maar als hulpmiddel in het oefenen van mediteren, in ‘diep denken’. De schilders die het lukte om via hun landschapsschilderingen deze stof tot nadenken te leveren, werden op een even hoog voetstuk geplaatst als de dichters. De beste schilderingen uit de 12e en 13e eeuw n.Chr werden gemaakt op zijden rollen en bewaard in kostbare foedralen. Ze werden alleen open gerold in rustige ogenblikken, om er dan naar te kijken en erover te peinzen. Zoals je een gedichtenbundel kunt openslaan en een gedicht op een passend moment kunt lezen en herlezen.

Om de beste landschapsschilderingen te kunnen maken, bestudeerden de schilders in eerste instantie de grote meesters in dit genre. Pas na intensief, soms jarenlang oefenen, trok een schilder naar buiten om daar de schoonheid van het landschap te aanschouwen en de stemmingen van de natuur op zich in te laten werken. Thuisgekomen zetten ze deze indrukken met inkt en penseel op het papier zoals een dichter de beelden die hem op een wandeling voor de geest komen, in woorden kan vatten. Soms voegen ook de schilders enkele woorden aan hun schildering toe. Voor het beoordelen van het welslagen van de landschapsschildering was niet van belang of de schildering voldoende detail had of dat de plek waarop het was geïnspireerd herkenbaar was. Voor de studie van het mediteren werd vooral gezocht naar zichtbare, voelbare sporen van de geestdrift waarmee de kunstenaar het had gemaakt.

Zhang Daqian (1899–1983) was een Chinese kunstenaar die zich onder meer bekwaamde in het landschapsschilderen. In zijn werken zie je je de oude Chinese traditie terug. Om politieke redenen vertrok hij begin jaren 50 uit China en woonde op verschillende plekken in Zuid- en Noord-Amerika. Op deze wijze maakte hij kennis met de westerse manier van schilderen, dat uiteraard van invloed was op zijn eigen werk. Vanwege oogproblemen ontwikkelde hij eind jaren vijftig een eigen schildertechniek, ‘splashed-color (pocai) stijl’, die ook wel wordt beschouwd als een eerbetoon aan de oude meester Wang Mo (9e eeuw), én als een hommage aan de het abstract expressionisme.

Net als Zhang Daqian, was Wu Guanzhong (1919-2010) een 20e eeuwse Chinese kunstenaar in wiens werken kenmerken van schilderkunst uit Oost en West samenkomen. Net als zijn collega reisde Wu Guanzhong veel. Zijn schilderingen en manier van schilderen bevatten sporen uit de Chinese traditie, maar zijn ook zeer beïnvloed door de westerse Europese schilderkunst uit de eerste helft van de 20e eeuw.

OPDRACHT WEEK 1A

Deze les ga je een landschap schilderen in ‘gewassen inkt’. Net zoals de oude Chinese meesters ga je daarvoor eerst oefenen aan de hand van voorbeeld. Je kiest daarvoor een schildering van een van de kunstenaars zoals getoond in de voorbeelden in deze les. Of je gaat zelf op zoek naar een landschapsschildering in deze techniek die je raakt. Gebruik niet meer dan een schildering om te gaan oefenen.  Print de schildering uit op A4 of A3 formaat, zodat je het voorbeeld bij de hand hebt. De originele schilderingen zijn vaak groot van formaat. Het is prettig om je eigen schilderingen in gewassen inkt ook wat groter te maken. Voor het papier hoef je niet perse washi te kiezen, je zou ook kunnen kiezen voor aquarel papier.

Voordat je begint, is het fijn als je wat meer weet over de techniek. Schilderen in gewassen inkt is van oorsprong een Chinese techniek waarbij je met een penseel Oost-Indische inkt in verschillende waterverdunningen op washi-papier of zijde aanbrengt. De Chinese naam voor deze techniek is shuǐ mò huà (水墨畫), in het Japans heet het sumi-e (墨絵) of suibokuga (水墨画). Het schilderen in gewassen inkt was een van de belangrijkste kunsten beoefend door de Chinese literati (geletterde ambtenaren) en wordt om deze reden ook wel literati-schilderkunst genoemd.

De schildertechniek kende haar eerste grote bloeiperiode tijdens de Song-dynastie (960–1279). In de 10e totde 13e eeuw was deze schildertechniek een onderdeel van het Chinees examenstelsel. Er waren nog drie andere kunsten waarin de literati zich moesten bekwamen en examen doen: het bespelen van de guqin, de vaardigheid in het bordspel go en kalligrafie. Vanuit China verspreidde de schilderkunst met gewassen inkt zich naar andere Oost-Aziatische landen, maar ook ver daarbuiten. De Amerikaanse schilder Arthur Wesley Dow die zich in deze techniek bekwaamde, schreef er dit over:

“De schilder […] plaatst zo min mogelijk lijnen en kleurtonen op papier; precies genoeg om vorm, textuur en effect te creëren en te ervaren. Elke penseelstreek moet beladen zijn met betekenis, en elk overbodig detail vermeden. Wanneer je al zulke goede kenmerken kunt combineren, verkrijg je de kwaliteiten van de hoogste kunst.” (uit: Arthur Wesley Dow, Composition; a series of exercises in art structure for the use of students and teachers (Garden City, 1913))

Van oorsprong wordt gebruik gemaakt van een inktsteen met schuurvlak, een inktstaaf, een waterdruppelaar, een aantal penselen van diverse formaten en washi-papier of zijde. Een inktstaaf is een vaste vorm van Oost-Indische inkt. Als je gebruik maakt van de inktstaaf, dan maal je deze op het schuurvlak van de inktsteen tot een fijn poeder en gebruik je de waterdruppelaar om deze poeder vloeibaar te maken. De kleurtoon van de inkt wordt bepaald door twee factoren: de hoeveelheid water in het inktmengsel en de manier waarop een penseelstreek wordt aangebracht. Hierdoor kan de inktlaag variëren van diepzwart tot zilvergrijs.

Zolang de inkt nat is, kunnen nieuw aangebrachte lagen de onderliggende lagen beïnvloeden, of ‘wassen’. Daar komt de naam van schilderen in gewassen inkt dan ook vandaan. Eenmaal opgedroogd kan een inktstreek niet meer worden aangepast. Dit maakt het schilderen in gewassen inkt een techniek die grote vaardigheid en concentratie vereist. Veel kunstenaars oefenen jarenlang basisstreken om een perfecte penseelstreek en inktvloeiing te verkrijgen.

In onderstaande filmpjes krijg je een idee hoe de techniek in de praktijk werkt. Het korte filmpje geeft een kleine impressie, in de lange film wordt het uitgebreid voorgedaan. Let daarin vooral op de soort penselen en de manier waarop de kunstenaar met meer of minder water de inkt op het papier aanbrengt.

OPDRACHT WEEK 1B

Nadat je flink hebt geoefend en je het gevoel krijgt dat je het in de vingers krijgt, ga je verder met een eigen landschap. Je kiest een landschap uit je directe omgeving, en gaat hierin op zoek naar een plek die je erg mooi vindt. Een plek die je echt diep van binnen raakt. Dit is de plek die je gaat schilderen. Je maakt geen foto’s of schetsen. In plaats daarvan maak je een of twee maal per dag een wandeling naar deze plek en als je thuis komt, probeer je in enkele korte zinnen of woorden te noteren hoe de plek in je geheugen is blijven hangen. Maak dan een schildering op basis van die woorden. Als je de schildering klaar hebt, schrijf de woorden met inkt in de schildering. Hang de schildering op en zie of de schildering je helpt om de schoonheid van de plek die je koos weer vers in je geheugen te brengen en erover te kunnen mijmeren. Doe dit enkele dagen achtereen, en maak steeds een nieuwe schildering van dezelfde plek.